Menu

Algemene voorwaarden

Artikel 1: OFFERTE

1. De offerte wordt schriftelijk uitgebracht, behoudens spoedeisende omstandigheden.

2. In de schriftelijke offerte wordt onder meer aangegeven:

a. de plaats van het werk;
b. een omschrijving van het werk;
c. volgens welke tekeningen, technische omschrijvingen,
ontwerpen en berekeningen het werk zal worden uitgevoerd;
d. het tijdstip van aanvang van het werk indien bekend;
e. de termijn waarbinnen het werk zal worden opgeleverd in dien bekend;
f. de prijs van het in de offerte omschreven werk, de omzetbelasting daarin begrepen.
g. of betaling van de aannemingssom in termijnen zal plaatsvinden;
h. of op het werk een risicoregeling van toepassing zal zijn, en zo ja welke;
i. of met stelposten rekening is gehouden, en zo ja met welke:
j. of hoeveelheden verrekenbaar zullen zijn, en zo ja welke;
k. de toepasselijkheid van deze algemene voorwaarden op de offerte
en op de daaruit voortvloeiende aannemingsovereenkomst.

3. De termijn waarbinnen het werk zal worden opgeleverd wordt bepaald, indien mogelijk door hetzij een bepaalde dag, hetzij een aantal werkbare werkdagen te noemen.

4. De offerte wordt gedagtekend en geldt ingaande die dag gedurende dertig dagen of zoveel langer/ korter als afgesproken.

5. De offerte dient vergezeld te gaan van:

a. een exemplaar van deze algemene voorwaarden;

6. Tekeningen, technische omschrijvingen, ontwerpen en berekeningen,die door
de aannemer of in zijn opdracht vervaardigd zijn, blijven eigendom van de aannemer.
Zij mogen niet aan derden ter hand worden gesteld of getoond met het oogmerk
en vergelijkbare offerte te verkrijgen.
Zij mogen evenmin worden gekopieerd of anderszins vermenigvuldigd.
Indien geen opdracht wordt verleend dienen deze bescheiden binnen 14 dagen
na een daartoe door de aannemer gedaan verzoek franco aan
hem te worden teruggezonden.

7. Wanneer de offerte niet wordt geaccepteerd, is de aannemer gerechtigd de kosten die
gemoeid zijn met het tot stand brengen van de offerte aan degene op wiens verzoek
hij de offerte uitbracht in rekening te brengen, indien hij zulks voor het
uitbrengen van de offerte heeft bedongen.

Artikel 2: RISICOREGELING

1. Onverminderd de toepasselijkheid van een risicoregeling voor de verrekening van
wijzigingen van lonen en prijzen, blijven, ten aanzien van de opdrachtgever
die bij het sluiten van de overeenkomst niet heeft gehandeld in de uitoefening
van zijn beroep of bedrijf, kostenverhogingen die zich voordoen binnen drie
maanden na totstandkoming van de overeenkomst en het gevolg zijn van
bedoelde wijzigingen van lonen en prijzen, voor rekening van de aannemer.

Artikel 3: VERPLICHTINGEN VAN DE OPDRACHTGEVER

1. De opdrachtgever zorgt ervoor dat de aannemer tijdig kan beschikken:

• over de voor de opzet van het werk benodigde gegevens en goedkeuringen
(zoals vergunningen, ontheffingen en beschikkingen), zo nodig in overleg
met de aannemer;
• over het gebouw, het terrein of het water waarin of waarop
het werk moet worden uitgevoerd;
• over voldoende gelegenheid voor aanvoer, opslag en/of
afvoer van bouwstoffen en hulpmiddelen;
• over aansluitingsmogelijkheden voor elektrische machines,
verlichting, verwarming, gas, perslucht en water.

2. De benodigde elektriciteit, gas en water zijn voor rekening van de opdrachtgever.

3. De opdrachtgever dient ervoor te zorgen, dat door anderen uit te voeren
werkzaam- heden en/of leveringen, die niet tot het werk van de aannemer behoren,
zodanig en zo tijdig worden verricht, dat de uitvoering van het werk daarvan
geen vertraging ondervindt.

Artikel 4: AANSPRAKELIJKHEID VAN DE OPDRACHTGEVER

1. De opdrachtgever draagt de verantwoordelijkheid voor de door of namens hem
voorgeschreven constructies en werkwijzen, daaronder begrepen de invloed, die
daarop door de bodemgesteldheid wordt uitgeoefend, alsmede voor de door of
namens hem gegeven orders en aanwijzingen.

2. Indien bouwstoffen of hulpmiddelen, die de opdrachtgever ter beschikking heeft
gesteld, dan wel door hem zijn voorgeschreven, gebreken mochten hebben, is de
opdrachtgever aansprakelijk voor de daardoor veroorzaakte schade.

3. De gevolgen van de naleving van wettelijke voorschriften of beschikkingen van
overheidswege die na de dag van de offerte in werking treden, komen voor
rekening van de opdrachtgever, tenzij redelijkerwijs moet worden aangenomen
dat de aannemer die gevolgen reeds op de dag van de offerte had kunnen voorzien.

4. De opdrachtgever is aansprakelijk voor schade aan het werk als gevolg van door hem of
in zijn opdracht door derden uitgevoerde werkzaamheden of verrichte leveringen.

5. Indien na de totstandkoming van de overeenkomst blijkt dat het bouwterrein
verontreinigd is of de uit het werk komende bouwstoffen verontreinigd zijn, is de
opdrachtgever aansprakelijk voor de daaruit voor de uitvoering van het werk
voortvloeiende gevolgen.

Artikel 5: VERPLICHTINGEN VAN DE AANNEMER

1. De aannemer is verplicht het werk goed en deugdelijk en naar de bepalingen van de
overeenkomst uit te voeren. De aannemer dient het werk zodanig uit te voeren,
dat daardoor schade aan persoon, goed of milieu zoveel mogelijk wordt beperkt.
De aannemer is voorts verplicht de door of namens de opdrachtgever gegeven orders
en aanwijzingen op te volgen.

2. De uitvoering van het werk moet zodanig zijn, dat de totstandkoming van het werk
binnen de overeengekomen termijn verzekerd is.

3. Het werk en de uitvoering daarvan zijn voor verantwoordelijkheid van de aannemer
met ingang van het tijdstip van aanvang tot en met de dag waarop het werk als
opgeleverd wordt beschouwd.

4. Indien de aard van het werk hiertoe aanleiding geeft, stelt de aannemer zich voor
aanvang van het werk op de hoogte van de ligging van kabels en leidingen.

5. De aannemer wordt geacht bekend te zijn met de voor de uitvoering van het werk van
belang zijnde wettelijke voorschriften en beschikkingen van overheidswege,
voor zover deze op de dag van de offerte gelden. De aan de naleving van deze
voorschriften en beschikkingen verbonden gevolgen zijn voor zijn rekening.

6. De aannemer is verplicht de opdrachtgever te wijzen op onvolkomenheden in door of
namens de opdrachtgever voorgeschreven constructies en werkwijzen en in door of
namens de opdrachtgever gegeven orders en aanwijzingen, alsmede op gebreken in door
de opdrachtgever ter beschikking gestelde of voorgeschreven bouwstoffen en
hulpmiddelen, voor zover de aannemer deze kende of redelijkerwijs behoorde te kennen.

7. De aannemer vrijwaart de opdrachtgever tegen aanspraken van derden tot vergoeding
van schade voor zover deze door de uitvoering van het werk is toegebracht en te
wijten is aan nalatigheid, onvoorzichtigheid of verkeerde handelingen van de aannemer,
zijn personeel, zijn onderaannemers of zijn leveranciers.

Artikel 6: AANSPRAKELIJKHEID VAN DE AANNEMER

1. Onverminderd de aansprakelijkheid van partijen krachtens de overeenkomst of de wet
is de aannemer aansprakelijk voor schade aan het werk, tenzij deze schade het
gevolg is van buitengewone omstandigheden tegen de schadelijke gevolgen waarvan
de aannemer in verband met de aard van het werk geen passende maatregelen heeft
behoeven te nemen en het onredelijk zou zijn de schade voor zijn rekening
te doen komen.

2. De aannemer is aansprakelijk voor schade aan andere werken en eigendommen van de
opdrachtgever voor zover deze door de uitvoering van het werk is toegebracht
en te wijten is aan nalatigheid, onvoorzichtigheid of verkeerde handelingen van
de aannemer, zijn personeel, zijn onderaannemers of zijn leveranciers.

Artikel 7: UITVOERINGSDUUR, UITSTEL VAN OPLEVERING EN SCHADEVERGOEDING
WEGENS TE LATE OPLEVERING

1. Indien de termijn, waarbinnen het werk zal worden opgeleverd, is uitgedrukt in
werkbare werkdagen, wordt onder werkdag verstaan een kalenderdag, tenzij deze
valt op een algemeen of ter plaatse van het werk erkende, of door de overheid dan
wel bij of krachtens collectieve arbeidsovereenkomst voorgeschreven rust- of feestdag,
vakantiedag of andere niet individuele vrije dag.
Werkdagen, respectievelijk halve werkdagen, worden als onwerkbaar beschouwd,
wanneer daarop door niet voor rekening van de aannemer komende omstandigheden
gedurende ten minste vijf uren, respectievelijk ten minste twee uren, door het
grootste deel van de arbeiders of machines niet kan worden gewerkt.

2. Als de oplevering van het werk zou moeten geschieden op een dag die niet een werkdag
is zoals omschreven in het eerste lid, geldt de eerstvolgende werkdag als de
overeengekomen dag van oplevering.

3. De aannemer heeft recht op verlenging van de termijn waarbinnen het werk zal
worden opgeleverd indien door overmacht, door voor rekening van de opdrachtgever
komende omstandigheden, of door wijziging in de overeenkomst dan wel in de
voorwaarden van uitvoering, niet van de aannemer kan worden gevergd dat het
werk binnen de overeengekomen termijn wordt opgeleverd.

4. Bij overschrijding van de termijn waarbinnen het werk zal worden opgeleverd.
is de aannemer aan de opdrachtgever per werkdag zoals omschreven in het eerste lid,
een gefixeerde schadevergoeding verschuldigd van € 50,-, tenzij een ander
bedrag is overeengekomen.
De gefixeerde schadevergoeding kan worden verrekend met hetgeen de opdrachtgever
de aannemer nog verschuldigd is.
Bij de bepaling van de overschrijding van de termijn van oplevering geldt als dag
van oplevering, in afwijking van het bepaalde in artikel 9, eerste lid, de dag
waarop de aannemer overeenkomstig artikel 8, eerste lid, de opdrachtgever heeft
uitgenodigd tot opneming van het werk, mits het werk vervolgens, overeenkomstig het
bepaalde in dat artikel is of geacht wordt te zijn goedgekeurd.

5. Indien de aanvang of de voortgang van het werk wordt vertraagd door factoren,
waarvoor de opdrachtgever verantwoordelijk is, dienen de daaruit voor de aannemer
voortvloeiende schade en kosten door de opdrachtgever te worden vergoed.

Artikel 8: OPNEMING EN GOEDKEURING

1. Een redelijke termijn voor de dag waarop het werk naar de mening van de aannemer
voltooid zal zijn, nodigt de aannemer de opdrachtgever schriftelijk uit om tot
opneming van het werk over te gaan.
De opneming geschiedt zo spoedig mogelijk doch uiterlijk binnen acht dagen na de
hiervoor bedoelde dag.
De opneming vindt plaats door de opdrachtgever in aanwezigheid van de aannemer
en strekt ertoe, te constateren of de aannemer aan zijn verplichtingen uit de
overeenkomst heeft voldaan.

2. Nadat het werk is opgenomen, wordt door de opdrachtgever aan de aannemer binnen
acht dagen schriftelijk medegedeeld, of het werk al dan niet is goedgekeurd,
in het eerste geval met vermelding van de eventueel aanwezige kleine gebreken als
bedoeld in het zesde lid, in het laatste geval met vermelding van de gebreken,
die de reden voor onthouding van de goedkeuring zijn. Wordt het werk goedgekeurd,
dan wordt als dag van goedkeuring aangemerkt de dag waarop de desbetreffende
mededeling aan de aannemer is verzonden.

3. Wordt niet binnen acht dagen na de opneming een schriftelijke mededeling of het werk
al dan niet is goedgekeurd, aan de aannemer verzonden, dan wordt het werk geacht
op de achtste dag na de opneming te zijn goedgekeurd.

4. Geschiedt de opneming niet binnen acht dagen na de in het eerste lid bedoelde dag,
dan kan de aannemer bij aangetekende brief een nieuwe aanvrage tot de opdrachtgever
richten, met verzoek het werk binnen acht dagen op te nemen.
Voldoet de opdrachtgever niet aan dit verzoek, dan wordt het werk geacht op de achtste
dag na de in het eerste lid bedoelde dag te zijn goedgekeurd. Voldoet de opdrachtgever
wel aan dit verzoek, dan vinden het tweede en derde lid overeenkomstige toepassing.

5. Het werk wordt geacht te zijn goedgekeurd indien en voorzover het in gebruik wordt
genomen.
De dag van ingebruikneming van het werk of een gedeelte daarvan geldt als dag van
goedkeuring van het werk of van het desbetreffende gedeelte.

6. Kleine gebreken, die gevoeglijk in de onderhoudstermijn kunnen worden hersteld,
zullen geen reden tot onthouding van goedkeuring mogen zijn, mits zij een
eventuele ingebruikneming niet in de weg staan.

7. Met betrekking tot een heropneming na onthouding van goedkeuring vinden de
bovenvermelde bepalingen overeenkomstige toepassing.

Artikel 9: OPLEVERING EN ONDERHOUDSTERMIJN

1. Het werk wordt als opgeleverd beschouwd, indien het overeenkomstig artikel 8
is of geacht wordt te zijn goedgekeurd. De dag, waarop het werk is of geacht
wordt te zijn goedgekeurd, geldt als dag waarop het werk als opgeleverd
wordt beschouwd.

2. De aannemer is verplicht de in artikel 8, zesde lid, bedoelde kleine gebreken
zo spoedig mogelijk te herstellen.
De onderhoudstermijn beloopt 30 dagen en gaat in onmiddellijk na de dag
waarop het werk overeenkomstig het eerste lid als opgeleverd wordt beschouwd.
De aannemer is verplicht gebreken welke in de onderhoudstermijn aan de dag treden,
zo spoedig mogelijk te herstellen, met uitzondering echter van die waarvoor de
opdrachtgever op grond van artikel 4, eerste lid, verantwoordelijkheid draagt,
of waarvoor hij op grond van artikel 4, tweede lid, aansprakelijk is.

Artikel 10: AANSPRAKELIJKHEID NA OPLEVERING

1. Na het verstrijken van de onderhoudstermijn is de aannemer niet meer aansprakelijk
voor tekortkomingen aan het werk, behoudens indien het werk of enig onderdeel
daarvan door schuld van de aannemer, zijn leverancier, zijn onderaannemer of zijn
personeel een gebrek bevat dat door de opdrachtgever redelijkerwijs niet eerder
onderkend had kunnen worden en de aannemer van dat gebrek binnen redelijke termijn
na ontdekking mededeling is gedaan.

2. De rechtsvordering uit hoofde van het in het vorige lid bedoelde gebrek is niet
ontvankelijk, indien zij wordt ingesteld na verloop van vijf jaren na het
verstrijken van de onderhoudstermijn.
Ingeval het in het eerste lid bedoelde gebrek echter als een ernstig gebrek
moet worden aangemerkt, is de rechtsvordering niet ontvankelijk, indien zij wordt
ingesteld na verloop van tien jaren na het verstrijken van de onderhoudstermijn.
Een gebrek is slechts dan als een ernstig gebrek aan te merken indien het de hechtheid
van het gebouw of van een essentieel onderdeel daarvan in gevaar brengt.

Artikel 11: SCHORSING, BEËINDIGING VAN HET WERK IN

ONVOLTOOIDE STAAT EN OPZEGGING

1. De opdrachtgever is bevoegd de uitvoering van het werk geheel of gedeeltelijk
te schorsen.
Voorzieningen, die de aannemer ten gevolge van de schorsing moet treffen, worden als
meer werk verrekend.
Schade die de aannemer ten gevolge van de schorsing lijdt, dient hem te worden vergoed.

2. Indien gedurende de schorsing schade aan het werk ontstaat, komt deze niet voor de
rekening van de aannemer, mits hij de opdrachtgever tevoren schriftelijk heeft
gewezen op dit aan de schorsing verbonden gevolg.

3. Indien de schorsing langer dan 14 dagen duurt, kan de aannemer bovendien vorderen,
dat hem een evenredige betaling voor het uitgevoerde gedeelte van het
werk wordt gedaan.
Daarbij wordt rekening gehouden met op het werk aangevoerde, nog niet verwerkte maar
wel reeds door de aannemer betaalde bouwstoffen.

4. Indien de schorsing van het werk langer dan een maand duurt, is de aannemer bevoegd
het werk in onvoltooide staat te beëindigen. In dat geval dient overeenkomstig
het volgende lid te worden afgerekend.

5. De opdrachtgever is te allen tijde bevoegd de overeenkomst geheel of gedeeltelijk
op te zeggen.
De aannemer heeft in dat geval recht op de aannemingssom, vermeerderd met de kosten
die hij als gevolg van de niet voltooiing heeft moeten maken en verminderd met de hem
door de beëindiging bespaarde kosten.
De aannemer zendt de opdrachtgever een gespecificeerde eindafrekening van hetgeen
de opdrachtgever ingevolge de opzegging verschuldigd is.

Artikel 12: BOUWSTOFFEN

1. Alle te verwerken bouwstoffen moeten van goede hoedanigheid zijn, geschikt zijn
voor hun bestemming en voldoen aan de gestelde eisen.

2. De aannemer stelt de opdrachtgever in de gelegenheid bouwstoffen te keuren.
De keuring dient te geschieden bij de aankomst hiervan op het werk
(eventueel op overeengekomen monsters) of bij de eerste gelegenheid daarna,
mits in dat laatste geval de voortgang van het werk niet in gevaar komt.
De aannemer is bevoegd bij de keuring aanwezig te zijn of zich te
doen vertegenwoordigen.

3. De opdrachtgever is bevoegd bouwstoffen door derden te laten onderzoeken.
De daaraan verbonden kosten komen voor zijn rekening, behalve ingeval van
afkeuring, in welk geval de kosten voor rekening van de aannemer komen.
Door de opdrachtgever ter beschikking gestelde bouwstoffen worden geacht
te zijn goedgekeurd.

4. Zowel de opdrachtgever als de aannemer kunnen ingeval van afkeuring van bouwstoffen
vorderen dat een in onderling overleg getrokken, door beiden gewaarmerkt verzegeld
monster wordt bewaard.

5. De uit het werk komende bouwstoffen, waarvan de opdrachtgever heeft verklaard dat hij
ze wenst te behouden, dienen door hem van het werk te worden verwijderd.
Alle andere bouwstoffen worden door de aannemer afgevoerd, onverminderd de
aansprakelijkheid van de opdrachtgever op grond van artikel 4, vijfde lid.

6. Voor de aangevoerde bouwstoffen draagt de opdrachtgever het risico van verlies
en/of beschadiging vanaf het moment waarop zij op het werk zijn aangevoerd
gedurende de tijd dat deze daar buiten de normale werktijden onder toezicht
van de opdrachtgever verblijven.

Artikel 13: MEER EN MINDER WERK

1. Verrekening van meer en minder werk vindt plaats:

a. ingeval van wijzigingen in de overeenkomst dan wel de voorwaarden van uitvoering;
b. ingeval van afwijkingen van de bedragen van de stelposten;
c. ingeval van afwijkingen van verrekenbare hoeveelheden;
d. in de gevallen als bedoeld in artikel 11, eerste lid, en artikel 19.

2. Indien bij de eindafrekening van het werk blijkt dat het totaalbedrag van het minder
werk het totaalbedrag van het meer werk overtreft, heeft de aannemer recht op een
bedrag gelijk aan 10% van het verschil van die totalen.

3. Wijzigingen in de overeenkomst dan wel de voorwaarden van uitvoering zullen schriftelijk
worden overeengekomen.
Het gemis van een schriftelijke opdracht laat de aanspraken van de aannemer en van
de opdrachtgever op verrekening van meer en minder werk onverlet.
Bij gebreke van een schriftelijke opdracht rust het bewijs van de wijziging op degene
die de aanspraak maakt.

4. Stelposten zijn in de overeenkomst genoemde bedragen, die in de aannemingssom
zijn begrepen
en die bestemd zijn voor hetzij – het aanschaffen van bouwstoffen, hetzij:

• het aanschaffen van bouwstoffen en het verwerken daarvan, hetzij
• het verrichten van werkzaamheden, welke op de dag van de overeenkomst
onvoldoende nauwkeurig zijn bepaald en welke door de opdrachtgever
nader moeten worden ingevuld.
Ten aanzien van iedere stelpost wordt in de overeenkomst vermeld waarop
deze betrekking heeft.

5. Bij de ten laste van stelposten te brengen uitgaven wordt gerekend met
de aan de aannemer berekende prijzen respectievelijk de door hem
gemaakte kosten, te verhogen met een aannemersvergoeding van 10%.

6. Indien een stelpost uitsluitend betrekking heeft op het aanschaffen van bouwstoffen,
zijn de kosten van het verwerken daarvan in de aannemingssom begrepen en worden
deze niet afzonderlijk verrekend.
Deze kosten zullen echter worden verrekend ten laste van de stelpost, waarop de
aanschaffing van die bouwstoffen wordt verrekend voor zover zij door de invulling
die aan de stelpost wordt gegeven hoger zijn dan die waarmee de aannemer
redelijkerwijs rekening heeft moeten houden.

7. Indien een stelpost betrekking heeft op het aanschaffen van bouwstoffen en het
verwerken daarvan, zijn de kosten van verwerking niet in de aannemingssom begrepen
en worden deze afzonderlijk ten laste van de stelpost verrekend.

8. Indien in de overeenkomst verrekenbare hoeveelheden zijn opgenomen,
en deze hoeveelheden te hoog of te laag blijken om het werk tot stand te brengen,
zal verrekening plaats vinden van de uit die afwijking voortvloeiende meer
of minder kosten.

Artikel 14: BETALING IN TERMIJNEN

1. Indien betaling in termijnen is overeengekomen, zendt de aannemer telkens bij
of na het verschijnen van een betalingstermijn de desbetreffende termijnfactuur
aan de opdrachtgever toe.
De door de opdrachtgever aan de aannemer verschuldigde omzet belasting wordt
afzonderlijk vermeld.

2. De aannemer is bevoegd het bedrag van een termijn op de factuur te verhogen met
een kredietbeperkingstoeslag van maximaal 2%.
De toeslag wordt verschuldigd indien betaling plaatsvindt na de in het derde
lid aangegeven vervaldag.

3. Betaling van een termijn dient plaats te vinden uiterlijk 14 dagen na de dag waarop
de aannemer de termijnfactuur aan de opdrachtgever heeft toegezonden,
een en ander onverminderd het bepaalde in artikel 16.

4. SPS Kozijnen hanteert de volgende betalingsregeling: aanbetaling 50% na
opdrachtbevestiging, 50% bij oplevering, bij discussiepunten 40% bij
oplevering, 10% na overeenstemming.

Artikel 15: EINDAFREKENING

1. Binnen een redelijke termijn na de oplevering dient de aannemer de eindafrekening in.

2. De eindafrekening biedt een volledig overzicht van al hetgeen partijen over en weer
ingevolge de overeenkomst verschuldigd zijn en waren. In de eindafrekening wordt
daartoe onder meer opgenomen:

• de aannemingssom
• een specificatie van het meer en minder werk
• een specificatie van al hetgeen partijen overigens op grond
van de overeenkomst van elkaar te vorderen hebben en hadden.

3. Het bedrag van de eindafrekening wordt gevormd door op het saldo, voortvloeiend
uit het in het vorige lid bedoelde overzicht, hetgeen reeds is betaald
in mindering te brengen.
De berekening van de door de opdrachtgever aan de aannemer te vergoeden
omzetbelasting geschiedt afzonderlijk.

4. De aannemer is bevoegd het bedrag van de eindafrekening op de factuur te verhogen
met een kredietbeperkingstoeslag van maximaal 2%.
De toeslag wordt verschuldigd indien en voor zover de betaling plaatsvindt na
de in het vijfde lid aangegeven vervaldag.

5. Betaling van het aan de aannemer verschuldigde bedrag van de eindafrekening dient
plaats te vinden uiterlijk 30 dagen na de dag waarop de aannemer de eindafrekening
heeft ingediend, een en ander onverminderd het bepaalde in artikel 16.

Artikel 16: OPSCHORTING EN BETALING

Indien het uitgevoerde werk niet voldoet aan de overeenkomst heeft de opdrachtgever het recht de betaling geheel of gedeeltelijk op te schorten.
Het met de opschorting gemoeide bedrag dient in redelijke verhouding te staan tot de tekortkoming.

Artikel 17: IN GEBREKE BLIJVEN VAN DE OPDRACHTGEVER

1. Indien de opdrachtgever met de betaling van hetgeen hij ingevolge de overeenkomst
aan de aannemer verschuldigd is in gebreke blijft, is hij daarover met ingang
van de vervaldag de wettelijke rente verschuldigd.
Indien na verloop van 14 dagen na de vervaldag nog geen betaling heeft plaatsgevonden,
wordt het in de voorgaande zin bedoelde rentepercentage met 2 verhoogd.

2. Indien de opdrachtgever niet tijdig betaalt, is de aannemer gerechtigd tot
invordering van het verschuldigde over te gaan, mits hij de opdrachtgever
schriftelijk heeft aangemaand om alsnog binnen 7 dagen te betalen en die
betaling is uitgebleven.
Indien de aannemer tot invordering overgaat, zijn de daaraan verbonden
buitengerechtelijke kosten voor rekening van de opdrachtgever.
De aannemer is gerechtigd deze kosten te fixeren op 10% van de verschuldigde hoofdsom.

3. Indien de opdrachtgever een termijn niet tijdig betaalt, is de aannemer gerechtigd het
werk stil te leggen tot het moment waarop de verschuldigde termijn is voldaan,
mits hij de opdrachtgever schriftelijk heeft aangemaand om alsnog binnen 7 dagen
te betalen en die betaling is uitgebleven.
Het in de vorige zin bepaalde laat onverlet het recht van de aannemer op vergoeding
van schade, kosten en interesse.

4. Indien gedurende het op grond van het vorige lid stilliggen van het werk schade aan het
werk ontstaat, komt deze niet voor rekening van de aannemer, mits hij de opdrachtgever
tevoren schriftelijk heeft gewezen op dit aan het stilleggen verbonden gevolg.

Artikel 18: IN GEBREKE BLIJVEN VAN DE AANNEMER

1. Indien de aannemer zijn verplichtingen ter zake van de aanvang of de voortzetting
van het werk niet nakomt en de opdrachtgever hem in verband daarmee wenst aan
te manen, zal de opdrachtgever hem schriftelijk aanmanen om zo spoedig mogelijk
de uitvoering van het werk aan te vangen of voort te zetten.

2. De opdrachtgever is bevoegd het werk door een derde te doen uitvoeren of voortzetten,
indien de aannemer na verloop van 7 dagen na ontvangst van de in het vorige lid
bedoelde aanmaning in gebreke blijft.
In dat geval heeft de opdrachtgever recht op vergoeding van de uit het in gebreke
blijven van de aannemer voortvloeiende schade en kosten.

3. De opdrachtgever zorgt ervoor, dat de kosten, die voor de aannemer voortvloeien uit de
toepassing van het vorige lid, binnen redelijke grenzen blijven.

Artikel 19: GEWIJZIGDE UITVOERING

Indien tijdens de uitvoering van het werk blijkt, dat het werk of een onderdeel daarvan door onvoorziene omstandigheden slechts gewijzigd kan worden uitgevoerd, treedt de partij die het eerst met deze omstandigheid bekend wordt in overleg met de andere partij. De aannemer wijst de opdrachtgever daarbij op de financiële consequenties. Een overeengekomen gewijzigde uitvoering wordt als meer en minder werk verrekend.

Artikel 20: ONMOGELIJKHEID VAN UITVOERING

Indien de uitvoering van het werk onmogelijk wordt doordat de zaak waarop
of waaraan het werk moet worden uitgevoerd teniet gaat of verloren raakt zonder
dat dit aan de aannemer kan worden toegerekend, is deze gerechtigd tot een evenredig
deel van de overeengekomen prijs op grondslag van de verrichte arbeid en gemaakte kosten.
In geval van opzet of grove schuld van de opdrachtgever heeft de aannemer recht op een bedrag berekend overeenkomstig artikel 11, vijfde lid.

Artikel 21: VERGUNNINGEN

Opdrachtgever is ten aller tijde verantwoordelijk voor de vergunningen.
Indien de aannemer voor de vergunning(en) vervalt artikel 21 met dien verstande dat opdrachtgever alle kosten ter verkrijging van de vergunning betaald waaronder architect en constructeurkosten alsmede alle andere te maken kosten dat ter beoordeling van de aannemer.
Opdrachtgever betaald vooraf een ( gedeelte van een ) bedrag welke op de offerte vermeld wordt met een minimum van 3000,- euro welke in mindering gebracht wordt op de offerte prijs indien de vergunning verleend wordt.
Dit bedrag vervalt aan de aannemer ter afdekking van gemaakte kosten zonder dat hier restitutie van gegeven wordt wanneer de vergunning in eerste aanleg afgewezen wordt.
In de opgegeven prijs ter verkrijging van een vergunning zit nooit de kosten voor een beroep o.i.d. naar aanleiding van een afwijzing op een bouwaanvraag.

Artikel 22: GESCHILLEN

1. Geschillen, welke tot de competentie van de kantonrechter behoren, kunnen ter keuze van de meest gerede partij ter beslechting aan de bevoegde kantonrechter worden voorgelegd.